Laatste Debenhams winkels doen de deur definitief dicht

Shutterstock.com

Op zaterdag 15 mei sluiten de overblijvende winkels van de failliete Britse warenhuisketen Debenhams voorgoed de deuren. Daarmee komt er een einde aan 242 jaar retailgeschiedenis. Toch verdwijnt het merk niet helemaal.

 

Einde van een tijdperk

Ondanks enkele ultieme overnamepogingen vorig jaar, eerst door JD Sports en daarna door Frasers Group van de controversiële zakenman Mike Ashley, was de ondergang voor Debenhams niet meer te vermijden. Het bedrijf kreunde onder een veel te zware schuldenlast. 52 winkels gingen al dicht op 8 mei, 25 sloten op 12 mei en de laatste 28 vestigingen doen op 15 mei het licht uit. In totaal verliezen zo’n 12.000 mensen hun job.
 

De sluiting betekent het einde van een tijdperk voor de Britse retail. De roots van Debenhams gaan terug tot 1778. In de jaren 50 van de vorige eeuw werd de retailer de grootste warenhuisketen van het VK met 110 winkels. De keten wilde dat aantal zelfs verdubbelen en bleef nieuwe vestigingen openen tot in 2017, hoewel de omzet en de rentabiliteit toen al sterk onder druk kwamen door de groei van e-commerce. De lockdowns tijdens de coronapandemie bezorgden de retailer de genadestoot, stelt de BBC. Het merk Debenhams leeft overigens wel verder online: in januari legde Boohoo Group 55 miljoen pond (62 miljoen euro) op tafel voor de merknaam Debenhams. Boohoo wil er de grootste marktplaats van het Verenigd Koninkrijk van maken op het gebied van mode, beauty, sport en huishoudartikelen.

 

Ingrijpende reorganisaties

Warenhuizen – nochtans de uitvinders van de moderne retail – bevinden zich al jaren in woelig vaarwater. Ze hebben te kampen met zware vastgoed- en personeelskosten en ondervinden grote concurrentie van online en van luxemerken die hun eigen verkoopkanalen opzetten. Ze hebben vaak getalmd om hoognodige innovatie door te voeren en weten daardoor maar moeilijk jongere doelgroepen aan te spreken. Daarbovenop zijn de bezoekcijfers in de grote steden sterk terugvallen sinds de uitbraak van de coronapandemie.
 

Het Britse John Lewis tracht weer aan te knopen met rentabiliteit door een deel van z’n dure verkoopoppervlakte om te vormen tot kantoorruimte en duizenden jobs te schrappen. Ook branchegenoot Marks & Spencer kondigde al een ingrijpende reorganisatie aan. In Duitsland vecht de fusiegroep Galeria Karstadt Kaufhof, het moederbedrijf van het Belgische INNO, al een hele tijd voor z’n overleven. In Frankrijk kostte de coronacrisis meer dan een miljard euro omzet aan Galeries Lafayette. Intussen gaat concullega Le Printemps vier winkels sluiten. In de VS gingen onder andere Lord & Taylor en Barney’s al failliet, terwijl Neimann Marcus en JCPenney een doorstart kenden.

 

Toekomstkansen

Toch betekent dit niet het definitieve einde voor de ooit zo roemrijke sector van de department stores. Warenhuizen die erin slagen zichzelf heruit te vinden, hebben wel degelijk uitzicht op een succesvolle toekomst, betogen auteurs Erik Van Heuven en Stefan Van Rompaey in hun boek The Future of Department Stores – een RetailDetail productie.
 

Maar dan moeten die warenhuizen wel heldere keuzes maken: als ze het luxesegment opzoeken, beleving toevoegen met een onderscheidend voedingsaanbod, investeren in digitalisering en een slimme marktplaatsstrategie uitbouwen, hebben ze alle troeven in handen om weer te groeien. "Wat internetplatformen vandaag doen, dat hebben warenhuizen al altijd gedaan, het waren al platformen avant la lettre. Er liggen kansen in een 'fygitaal’ model", concludeert het boek.