‘Supermarkten gaan mee index bepalen’

‘Supermarkten gaan mee index bepalen’

Minister Vande Lanotte stelt voor om de indexberekening te baseren op wat consumenten uitgeven in de supermarkten in plaats van op de nationale huishoudenquête. Het zou volgens de minister een reëler beeld geven van het consumptiegedrag en daardoor ook de inflatie verminderen.

Supermarktdata in plaats van enquête

Vandaag gaat men voor het berekenen van de index – of toch voor het onderdeel voeding en dranken, met een gewicht van 19,2% meteen het belangrijkste deel in de indexkorf – uit van de zesjaarlijkse huishoudenquêtes van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS). Uit de resultaten van die enquête wordt een korf aan producten opgesteld, waarvan index-agenten systematisch de prijs gaan controleren. Als deze in prijs stijgen, stijgt op den duur de inflatie.

 

Kortingen en tijdelijke aanbiedingen worden in dit systeem echter niet mee gemeten. Comeos schat dat jaarlijks zo’n 125 miljoen euro aan kortingen niet wordt meegeteld. Bovendien vallen heel wat nieuwe producten uit de boot, niet het minst de sterk aan populariteit winnende huismerken. In principe wordt immers zes jaar lang dezelfde korf producten gevolgd.

 

Inflatie wordt overschat

Zo zou volgens het ministerie van Economische Zaken de inflatie systematisch overschat worden. Aangezien de voedingsretailers het aankoopgedrag van de consument toch exact kennen en registreren, luidt het voorstel dat de supermarkten hun data wekelijks zouden moeten doorsturen naar Economische Zaken.

 

De voordelen van de methode zijn duidelijk: het zou een schat aan meer realistische data opleveren – gaande van de gemiddelde kassabon over de impact van promoties tot evoluties in de aankoop van merkproducten of goedkopere alternatieven – en in onder meer Nederland, Zweden en Zwitserland wordt het al succesvol toegepast. Wel zijn de retailers bezorgd om de vertrouwelijke omgang met ‘hun’ klantendata. Vanaf 2014 zou het systeem in werking treden.

Tags: