Alpro vraagt Europa om plantaardige producten geen extra regels op te leggen

Alpro

Volgende maand bespreken de Europese instanties een mogelijk verbod op het gebruik van bepaalde termen om plantaardige alternatieven voor zuivel te benoemen, beter bekend als “amendement 171”. Alpro roept Europa op om zich uit te spreken tegen dat amendement.

 

"Buitensporig en contraproductief"

Indien de nieuwe beperkingen goedgekeurd worden zouden benamingen als  "alternatief voor yoghurt", "bevat geen melk" niet meer gebruikt mogen worden voor plantaardige alternatieven. En mocht het amendement in de meest strike zin worden geïnterpreteerd, zou ook een term als “romig” niet langer door de beugel kunnen om de textuur van een plantaardig product aan te geven. Mogelijk zouden zelfs typische ‘zuivelverpakkingen’, zoals melkkartons, voor plantaardige producten verboden worden.

 

Alpro roept de lidstaten, het Parlement en de Commissie op om zich te verzetten tegen amendement 171. Het merk stelt daarbij dat er reeds een duidelijk kader bestaat (zo is bijvoorbeeld de benaming “sojamelk” verboden in de EU) en dat de nieuwe beperkingen “onnodig, buitensporig en contraproductief zijn”

 

In strijd met klimaatambities

Zo gelooft Alpro niet dat het toevoegen van nieuwe beperkingen in het belang van de consument is. “Consumenten zullen door het amendement het aanbod minder begrijpen en ook hun vermogen om weloverwogen keuzes te maken zal worden beperkt”, luidt het. Verder is Alpro van oordeel dat de bepalingen ook discriminerend zijn voor plantaardige producten.

 

Bovendien, zo meent het merk, druisen de beperkingen in tegen de Europese klimaatambities, die meer plantaardige producten beschouwen als onderdeel van een voedzaam én duurzaam voedselsysteem. Ten slotte wijst Alpro erop dat er geen impactstudie is uitgevoerd voor amendement 171. Volgens het bedrijf zijn “de negatieve gevolgen ervan voor de consument, het milieu en de sector van voedingsmiddelen op plantaardige basis niet in verhouding tot het legitieme doel ervan.”