Bio-Planet wil er nog 20 winkels bij

Colruyt Group

In de voorbije twintig jaar bouwde Colruyt-dochter Bio-Planet een netwerk van 31 biosupermarkten uit. De retailer wil er uiteindelijk een vijftigtal en ziet vooral in Wallonië nog veel ruimte voor groei.

 

Pionieren

De afgelopen twee decennia is de concurrentie voor Bio-Planet van zowel de reguliere supermarkten als van kleinere (online) spelers fel toegenomen. Voor een biosupermarkt is het dan ook zoeken naar het juiste evenwicht om relevant te blijven, zegt businessunitmanager Jan Van Holsbeke in een gesprek met Trends. "Een supermarkt is een heel laagdrempelige winkel, maar Bio-Planet moet ook blijven pionieren en verrassen met nieuwe producten, zoals duurzaam geteelde variëteiten in groenten of fruit. De combinatie van toegankelijkheid en pionieren is de reden van ons bestaan."

 

Naar aanleiding van het twintigjarige bestaan organiseert de keten in oktober een evenement over de toekomst van bio- en ecologische producten. Het is ook de ideale gelegenheid om start-ups aan te spreken die nieuwe producten willen lanceren. "We zijn altijd al de voelsprieten van Colruyt Group geweest. Bij ons mag meer worden geëxperimenteerd", zegt Van Holsbeke. Een goed voorbeeld daarvan is de Belgische productieketen voor biobaktarwe die eerder dit jaar werd opgezet.

 

Verlies

De 31 winkels en webshop van de keten realiseerden in 2020 een gezamenlijke omzet van 156 miljoen euro, maar sloten het jaar wel af met een verlies van 5 miljoen. Toch is Van Holsbeke niet ontevreden: "Bio-Planet is operationeel rendabel en de marges op winkelniveau zijn al heel gezond. Het voorbije anderhalf jaar zijn mensen nog bewuster gaan kopen en wij hebben dat gevoeld. Voordien kocht een klant gemiddeld voor 40 à 50 euro. Vandaag is dat al 70 euro.”

 

Het doel blijft om in heel België uiteindelijk vijftig winkels te hebben. Voor de nieuwe vestigingen kijkt Bio-Planet in de eerste plaats naar Wallonië, waar nog veel potentieel is. “De interesse voor bio of lokale producten is daar groter, wellicht door de sterkere link met de landbouw.” Later wil de keten ook in het Groothertogdom Luxemburg voet aan de grond krijgen.