Europa in actie tegen prijsverschillen tussen landen

Foto: Shutterstock

De veroordeling van brouwer AB InBev, die export naar België tegenhield, krijgt een staartje: dit soort “territoriale leveringsbeperkingen” komt vaker voor, zeker in retail, en kost consumenten tot 14 miljard euro, concludeert de EU.

 

Jupiler mag niet naar België

Vorig jaar werd AB InBev tot een boete van 200 miljoen euro veroordeeld, omdat de brouwerijreus Belgische consumenten bewust meer liet betalen voor Jupiler door “grensoverschrijdende verkoop tussen Nederland en België te beperken”, oordeelde Europees commissaris voor mededingingsbeleid Margrethe Vestager toen.


De brouwerij verhinderde met name dat bier verkocht in Nederland, waar de prijzen lager zijn, terugvloeide naar de (duurdere) Belgische markt. Dat deed het onder meer met aangepaste etiketten, kleinere leveringen aan groothandels en expliciete afspraken dat bepaalde kortingen niet op de Belgische markt mochten.

 

Helft retailers krijgt beperkingen

Handelsorganisaties reageerden toen meteen dat het geen alleenstaand geval was, en dat wordt nu door een studie van de Europese Commissie bevestigd. Uit de studie is met name gebleken dat liefst de helft van de ondervraagde retailers en groothandelaren bij de inkoop van internationale FMCG-merkproducten te maken hebben gekregen met leveringsweigeringen, aanpassingen in verpakkingen en inhoud, en bestemmingsverplichtingen.


Die zogeheten “territorial supply constraints” (territoriale leveringsbeperkingen) zijn volgens de fabrikanten vaak te wijten aan nationale structuren, waarbij de merkfabrikanten zich zeggen aan te passen aan de noden van de lokale retailers en consumenten, maar dat verklaart volgens de Europese Commissie de prijsverschillen nog niet.

 

Voeding kan 3,5% goedkoper

Ook specifieke lokale kosten, zoals hogere arbeids- of productiekosten, kunnen de prijsverschillen tussen sommige landen niet helemaal verklaren. Meer zelfs, moesten retailers producten kunnen inkopen in het land waar ze het goedkoopst zijn, in plaats van aan de gangbare inkoopprijzen in hun eigen land, zouden EU-consumenten naar schatting 14,1 miljard euro (of 3,5%) kunnen besparen op hun boodschappenkorf.


Naar aanleiding van die bevindingen organiseert de Europese Commissie vandaag, op 11 december, een workshop, om te bekijken hoe ze tegen de praktijk kan optreden. Europese handelsorganisatie EuroCommerce roept alvast op tot een strengere (gerechtelijke) aanpak en dringende actie.


Retailers willen hun klanten de beste prijs kunnen bieden, en de interne markt kan dat geven, zegt topman Christian Verschueren: “Door retailers en groothandels de mogelijkheid te geven om zich vrijelijk op de interne markt te bevoorraden, zouden de groothandelsprijzen dalen en zou de consument toegang krijgen tot een breder scala aan producten.”