Europese consumentenorganisaties willen voedingsprofielen op verpakkingen

Europese consumentenorganisaties willen voedingsprofielen op verpakkingen

De Europese consumentenorganisatie BEUC en elf van zijn leden, waaronder Test-Aankoop, willen dat de Europese Unie werk maakt van voedingsprofielen op verpakkingen, om zo misleidende gezondheidsclaims aan te pakken.

 

Aangekondigd in 2006

Op heel wat verpakkingen van voedingsproducten wordt immers uitgepakt met gezondheidsclaims, waarbij bijvoorbeeld wordt aangegeven dat het product een grote hoeveelheid van een gezonde stof bevat. Vaak gaat het daarbij echter ook over ongezonde producten, die veel vet en suiker bevatten. “Neem nu Nesquick”, zegt Simon November van Test-Aankoop aan VTM Nieuws: “De consument wordt gelokt door ijzer, vitamine D en zink. Gezondheid zogezegd. Maar kijken we op de achterzijde, dan zien we dat het product vol met suiker zit. Dat is een probleem dat we bij heel wat producenten tegenkomen. Het is zeker geen alleenstaand geval.”

 

De BEUC wil daarom dat er eindelijk voedingsprofielen worden ingevoerd. Die werden al in 2006 aangekondigd, maar werden nooit doorgevoerd. Die profielen moeten de consument een duidelijk beeld geven van de voeding die ze eten, zowel de voordelen als de nadelen.

 

EU bekijkt alternatieven

Fevia, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, is niet gekant tegen de voedingsprofielen, maar wil dan wel dat ze voldoende wetenschappelijk onderbouwd worden. “Dan moet er wel een open discussie gevoerd worden, op wetenschappelijke basis, en niet op basis van vooroordelen over bepaalde productcategorieën. Als dat zou gebeuren, hebben die producenten niet langer incentives om aan innovatie te doen - consumenten zullen die producten toch niet kopen”, zegt Fevia-woordvoerder Nicholas Courant aan HLN.

 

Bij de EU klinkt er minder enthousiasme: daar wordt momenteel gewerkt aan een herziening van de EU-richtlijn uit 2006. “Daarna pas kan beslist worden of de doelstelling ook zonder voedingsprofielen kan bereikt worden, en of er alternatieven zijn.”