Filet Pur: Een storm in een glas amandeldrink

Een prachtig beschimmelde steak

Het was een quasi gemiddelde week voor planteneters, voedselverspillers, vleesfanaten, cacaoboeren, knuffeldieren en prijsvergelijkers. Maar niet voor Colruyt, en evenmin voor RetailDetail Food. Leest u mee? 

 

Voer voor planteneters

De week begon al goed: maandag 1 oktober was Wereld Vegetarisme Dag blijkbaar, en op de redactie liep het ene na het andere persbericht binnen van opportunisten die nog even gauw mee op de plantaardige kar dachten te springen. Vegetarische rookworst van Unox, vegetarische snacks van Mora, veganistische pizza van Domino’s, het vegan-assortiment van Jumboze passeerden allemaal de revue. Omdat vlees eten zo passé is als een oude dieselwagen, naar verluidt. Nu ja, hoe noem je mensen die van tofu houden? Leugenaars, inderdaad.
 

Alsof dat allemaal nog niet erg genoeg was, weerklonk het startschot voor de campagne Try Vegan, nochtans georganiseerd door het Ethisch Vegetarisch – en dus niet Veganistisch – Alternatief. Het verschil tussen die twee, dat is iets waar herbivoren eindeloos over kunnen blijven bakkeleien. Veganisme is zo’n beetje de fundamentalistische variant van het vegetarisme, een soort gereformeerde kerk die de letter boven de geest stelt en heiliger dan de paus wil zijn. Een tak die bovendien niet terugschrikt voor quasi-terroristische activiteiten, zoals het bekladden van slagersetalages met bloed – plantaardig nepbloed uiteraard – en het intimideren van nietsvermoedende carnivoren.

 

Vijftig tinten groen

Waarmee ze dus een fundamentele – en ook wel typisch fundamentalistische – denkfout maken. Je gaat mensen immers niet bekeren tot de plantaardige zaak door ze te irriteren of simpelweg boos te maken. Nee, je moet hun harten veroveren – zoals destijds ook de Amerikaanse president Lyndon B. Johnson bleef herhalen terwijl hij Vietnam liet bombarderen, maar dit geheel terzijde. Enfin, de harten veroveren, dat is dus precies ook wat die fameuze campagne gaat proberen, middels het publiceren van recepten als ‘Vijftig tinten groen’, ‘Veggies au vin’ en ‘Vol au vegan’. Geen letter van verzonnen, hoor, we zouden niet durven. Het bewijst alvast dat vlees derven de creativiteit niet hoeft aan te tasten.
 

Tegelijk echter weert zich op tal van sociale media de vleeslobby als een duivel in een glas amandeldrink (want melk mogen we daar niet tegen zeggen). Sommige academici ontpoppen zich daarbij als ware activisten, met al dan niet verzonnen verhalen over ex-veganisten die weer aan de filet pur zijn gegaan nadat ze ernstige gezondheidsklachten zouden hebben vertoond, gaande van buikloop, slaapstoornissen en afzichtelijke puisten tot bloedarmoede en impotentie – no kidding. Geen inspanning is deze lobbyisten teveel om het oprukkende veganisme – naar schatting nog geen half procent van de bevolking, hoor – in de kiem te smoren. Van de kanon en de mug gesproken… Nu ja, het klopt: rood vlees is echt niet zo gevaarlijk als de Wereldgezondheidsorganisatie beweert. Blauw-groen vlees, dàt is pas slecht voor je. We kunnen er maar beter hartelijk om lachen – daarvan weten we tenminste zéker dat het gezond is.

 

Ongemakkelijke waarheid

Het punt is dat deze heilloze twist uiteindelijk de aandacht afleidt van de essentie: dat we met z’n allen in het Westen inderdaad veel te veel vlees eten. Een ongemakkelijke waarheid waar die hele vleesindustrie dus duidelijk nog niet klaar voor is, ook al pleiten tegenwoordig zelfs slagers en chefs voor ‘minder maar beter’. Vlees – meer bepaald van de goedkope, gestandaardiseerde en industrieel verwerkte soort – ligt nog altijd dagelijks op een absolute meerderheid van onze borden en heeft in die zin niet bepaald hoogdringend een lobby nodig, zou je denken. Feel free to disagree.
 

Diezelfde maandag beleefden we overigens ook de aftrap van alweer een nieuwe ‘dagen zonder…’ actie onder het motto ‘Just Keep It’: 21 dagen zonder voedselverspilling is nu de uitdaging voor mensen die zich in oktober dreigen te vervelen. De gemiddelde Belg blijkt namelijk 345 kilo voedsel per jaar weg te gooien en dat is uiteraard zonde. Waar ze dat cijfer vandaan halen is ons een raadsel, maar kom. De remedie? Niet weggooien, maar bijhouden, zo simpel blijkt het dus te zijn. Staat er haar op de raapjes? Gewoon mee in de soep mixen, geen hond die er wat van merkt. Schimmel op de emmentaler? Geeft een pittige toets aan uw gratins! U doet toch ook mee?

 

100% eerlijk

Woensdag begon de week van de fair trade, een week die tien dagen duurt bovendien, en wat had je gedacht? Inderdaad! De ene retailer na de andere fabrikant kwam aankloppen: “Kijk eens naar onze bananen! Bewonder onze chocolade! Om nog te zwijgen van onze koffie! Allemaal 100% eerlijk! Net als wijzelf!” Als dat allemaal waar was, dan hadden we geen week van de fair trade meer nodig, zo eenvoudig is het toch? Terwijl oneerlijke handelspraktijken vandaag meer dan ooit op de agenda staan. De retailers trekken immers aan de alarmbel: nu het Europese landbouwcomité heeft toegegeven aan het stevige lobbywerk van de multinationals, dreigt een ware heksenjacht, vrezen ze. Stel je voor, binnenkort zullen ze zelfs geen merkfabrikanten meer uit de rekken mogen flikkeren als die de prijzen willen verhogen. Waar gaat dat eindigen?
 

Donderdag was dan weer werelddierendag, zo bleek. In iets preciezere bewoordingen zou dat wereldhuisdierendag moeten zijn, eigenlijk, want vooral de knuffelbare soorten werden immers in de bloemetjes gezet – de slachthuizen bleven gewoon open, net als de smokkelroutes vanuit Afrika, voor liefhebbers van aap en antilope. Tja. Perceptie is een raar, euh… beestje.

 

Volksvreemd verschijnsel

Woensdag en donderdag waren bovendien ook de dagen waarop het allereerste RetailDetail Food Congress plaatsvond, bijzonder een inspirerend maar nogal tijdrovend evenement dat ei zo na het schrijven van deze column dwarsboomde. Maar kijk, dat gaat dus ook ’s nachts, ontdekten we. Goed om weten!
 

Onze vrienden van Daltix pakten op dat congres uit met een nieuwe prijsvergelijking tussen Colruyt en Jumbo. Online bedraagt het verschil wel 11%, en niet bepaald in het voordeel van Halle. Maar daar vinden ze dat geen punt: online is immers een totaal andere wereld die op geen enkele manier in verbinding staat met de enige echte realiteit van de fysieke winkel, opgetrokken uit stevig prefabbeton. Een parallel universum, als het ware. Een redelijk irritant maar verder volstrekt verwaarloosbaar verschijnsel waar trouwe Xtra-kaarthouders niet van wakker liggen. Dat zijn immers verstandige, honkvaste mensen die nooit de landsgrenzen oversteken en nimmer kennis nemen van de voedingsprijzen in volksvreemde webshops. En gelukkig maar! Trouwens, het gaat om een gemiddeld prijsverschil en dat betekent dus helemaal niks. Immers, de gemiddelde mens heeft één testikel en één tiet. Toch? Tot volgende week!

 

Elke vrijdag een overzicht van het FMCG-nieuws in uw mailbox? Meld u hier aan voor onze gratis RetailDetail Food Newsletter.