FNG-topman Penninckx gaat in het verweer

Shutterstock.com

Dieter Penninckx, voormalig CEO van failliete modegroep FNG, slaat terug. Hij tekent juridisch verzet aan tegen de beschuldiging dat de vroegere Brantano-moeder maandenlang (zo niet jarenlang) bewust foute en bedrieglijke financiële cijfers voorlegde.

 

Aangevallen langs twee kanten

Al sinds 2018 was de financiële rapportering van FNG bedrieglijk en foutief, concludeerde een onderzoeksrapport op vraag van de curatoren van de gevallen modegroep dit voorjaar. Aan de hand van die informatie verklaarde de rechtbank ook de zes maanden voor het faillissement – verder mag de rechtbank niet teruggaan – als verdacht.


Bovendien werd de vennootschap FNG zelf in verdenking gesteld van fraude. Voorheen waren enkel de drie oprichters en twee adviseurs in verdenking gesteld. Aangezien de modeholding bestond uit een heel kluwen aan vennootschapjes en juridische entiteiten, betekent het evenwel dat niet één maar liefst een dertigtal vennootschappen als mogelijk frauduleus werden bestempeld.


Maar dat pikt gewezen CEO en medeoprichter Dieter Penninckx niet. Hij gaat in het verweer tegen die vonnissen en tekent derdenverzet aan, zo bericht De Standaard. Zes maanden voor het faillissement stond Penninckx immers nog zelf aan het hoofd van het bedrijf, tot hij begin april 2020 opstapte met gezondheidsproblemen.

 

Uitstel voor obligatiehouders

Zijn advocaat eist de opschorting van het vonnis en wil volledige inzage in alle documenten die gebruikt zijn voor het vernietigende onderzoeksrapport. Concreet gaat het om alle boekhouding, e-mails en boekhoudkundige documenten die de curatoren overmaakten aan revisorenkantoor BST, aangezien zij instonden voor het rapport. Ook onder meer de briefwisseling met de raad van bestuur wil de advocaat van Penninckx overhandigd krijgen. Als dat niet gebeurt, dreigt hij met een dwangsom.


Penninckx gaat zo niet alleen de strijd aan met de curatoren die het faillissement van de Brantano-moeder hebben afgehandeld, maar ook met de obligatiehouders. Een deel van hen grijpt de conclusies van revisorenkantoor BST aan om te argumenteren dat zij van in het begin belogen zijn en spannen op basis daarvan een zaak aan. 


Het onderzoeksrapport stelt immers letterlijk dat er “op kunstmatige en bedrieglijke wijze foutieve en onvolledige financiële rapportering” gebeurde tegenover kredietverleners, dus ook tegenover individuele beleggers. Over tien dagen zou hun zaak voorkomen, maar de procedure van Penninckx zou nu voor uitstel zorgen.