Elke week verdwijnt er in ons land één bloemenwinkel

Elke week verdwijnt er in ons land één bloemenwinkel

De voorbije tien jaar is het aantal bloemenzaken in ons land gedaald van 4.452 naar 3.923. De verklaring is dubbel: de Belg koopt minder snijbloemen, en als hij er toch koopt, neemt hij die steeds vaker mee in de supermarkt of het tankstation.

Groeiende concurrentie van supermarkt en tankstation

"De sector heeft het echt niet gemakkelijk", zegt NSZ-voorzitter Christine Mattheeuws: "In 2002 waren er nog 4.452 bloemenwinkels. Eind 2012 bleven er daar nog 3.923 van over, goed voor een daling met 12% op tien jaar tijd. Er gaat met andere woorden elke week één bloemenwinkel dicht in ons land."

 

Volgens het NSZ komt dat doordat Belgen hun bloemen steeds vaker in de supermarkt of de shops bij benzinestations kopen. "Hun aanbod is weliswaar veel beperkter en minder mooi, maar hun voordeel is dat de consument er nog andere producten kan aankopen. Het gaat om een 'one stop shop' met andere woorden", aldus Mattheeuws.

 

Moederdag blijft voor de bloemenwinkels een enorm belangrijke dag die zorgt voor een serieuze meerverkoop: volgens een bevraging door het NSZ verkoopt 58% van de bloemenzaken die dag minstens de helft meer, terwijl 28% een extra verkoop van 40% laat optekenen.

 

Liever bomen en planten dan bloemen die snel verwelken

Al is er nog meer aan de hand, zo blijkt uit de cijfers van VLAM en GfK, die vandaag in Het Nieuwsblad staan: de Belgische consument heeft een groeiende voorkeur voor langhoudbare sierteeltproducten. Zo zagen de bomen en tuinplanten de voorbije jaren hun marktaandeel stijgen van 16 naar zo'n 21%. Ook het marktaandeel van de kamerplanten steeg van 14,5% in 2005 naar 18,4% vorig jaar.

 

Snijbloemen zagen hun marktaandeel dalen van 33% tot minder dan 22% en blijven zo in bestedingen nipt de belangrijkste categorie. Het verlies van het marktaandeel van snijbloemen werd gedeeltelijk gecompenseerd door een toename bij de bloemstukken: dit segment haalt bijna 19%. Balkon- en perkplanten groeiden vorig jaar lichtjes tot 16%. Tot slot doet het kleine segment van de bloembollen het steeds beter en gaat het met bijna 4% van de sierteeltbestedingen aan de haal.

 

Die verschuiving naar langer houdbare producten heeft meteen ook een impact op de aankoopfrequentie: het aantal keren dat de Belg levende bloemen en planten koopt, is gedaald van 5,5 keer op jaarbasis naar 5 keer.

 

Bloemenwinkel blijft belangrijkste aankoopkanaal

Toch zijn bloemenwinkels met een marktaandeel van 35% nog altijd marktleider. Op twee staan de tuincentra, die jaren aan een stuk groeiden maar vorig jaar ter plaatse trappelden (20%). De supermarkt staat op drie met een lichte stijging tot 13%, de openbare markt verliest terrein en strandt op 9% terwijl de rechtstreekse aankoop bij de producent/kweker door de crisis groeide tot bijna 7%. De 'overige kanalen' (o.a. internet, benzinestations...) wonnen veel terrein in 2013 en zijn intussen al goed voor 16%.

 

Het assortiment verschilt zeer sterk van het ene distributiekanaal tot het andere: voor de klassieke supermarkten, hard discounters en de buurtsupermarkten zijn de snijbloemen de belangrijkste categorie, terwijl bloemstukken en plantencomposities voor de bloemenwinkels de belangrijkste categorie vormen. Tuincentra, DHZ-zaken en de kwekers verkopen vooral bomen en struiken, op de openbare markt hebben de balkon- en perkplanten dan weer de bovenhand, zo blijkt nog uit de cijfers van VLAM.

Tags: