Minister Homans: “Geen aparte regelgeving nodig voor pop-ups”

Minister Homans: “Geen aparte regelgeving nodig voor pop-ups”

Vlaams minister Liesbeth Homans (N-VA) vindt het niet nodig om op gewestelijk niveau een regelgeving uit te werken voor pop-upwinkels: "Dat behoort tot de lokale autonomie."

"Opportuniteit voor lokale besturen"

"Pop-upwinkels zijn de ideale manier om tijdelijk leegstaande handelspanden in te vullen en mee te helpen aan de revitalisatie van stadsdelen. Ze zetten de negatieve uitstraling van leegstaande panden om in positieve aandacht en extra aantrekkingskracht voor de handelskern". Dat heeft Homans geantwoord op een schriftelijke vraag van Peter Van Rompuy (CD&V).

 

Volgens de minister hebben pop-upwinkels meerdere voordelen: "Voor de beginnende ondernemer of 'pop-upretailer' is het een unieke kans om de voor- en nadelen van een eigen winkel aan den lijve te ondervinden en de overlevingsgraad van hun onderneming te vergroten. De ondersteuning van pop-upwinkels is dan ook een opportuniteit om de lokale economie te versterken", aldus Homans.

 

De minister ziet echter geen aanleiding voor een overkoepelende gewestelijke regelgeving: "Het behoort tot de lokale autonomie om hier optimaal en op maat van de stad op in te spelen. Het is evenwel logisch dat pop-upconcepten aan dezelfde regelgeving moeten voldoen als andere reguliere ondernemingen, onder meer met betrekking tot vergunningen, om oneerlijke concurrentie voor bestaande ondernemingen tegen te gaan", besluit de minister.

 

Winkelstraat nieuw leven inblazen

Het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen volgt Homans wanneer ze zegt dat er geen algemene regelgeving nodig is: "Het behoort inderdaad tot de lokale autonomie om hier optimaal en op maat van de stad op in te spelen. En gelukkig doen heel wat steden en gemeenten dit", zegt Christine Mattheeuws van het NSZ.

 

Uit eerder onderzoek van NSZ, afgenomen bij de 308 Vlaamse steden en gemeenten, blijkt dat er de afgelopen twee jaar in een kwart van de gemeenten één of meerdere pop-upzaken aanwezig zijn of waren en dat liefst 16% van de lokale besturen pop-ups ondersteunt via onder meer subsidies en materiële ondersteuning. "Niet onlogisch", vindt het NSZ, "want pop-upwinkels en -restaurants kunnen leegstand op een efficiënte manier tegengaan."

 

Een treffend voorbeeld daarvan is de Korte Zoutstraat in Aalst. Die winkelstraat kampte met flink wat leegstand (foto), waardoor ook de resterende handelaars hun zaak achteruit zagen gaan. Met de steun van het stadsbestuur openden deze maand liefst vijf pop-upwinkels en een tijdelijke soep-koffie-cocktailbar hun deuren. Daardoor is de leegstand alvast tot minstens eind januari weggewerkt en heeft de straat er weer enkele publiekstrekkers bij, net op tijd voor de eindejaarsaankopen.

Tags: