Bescheiden winst voor Mandemakers

Bescheiden winst voor Mandemakers

Mandemakers, de onbetwiste keukenkoning van Nederland, rapporteert na jaren van verlies eindelijk winst. In boekjaar 2016 haalde de groep een winst van ruim drie miljoen euro, op de cijfers voor 2017 is het nog even wachten.

 

Opvallende trendbreuk

Volgens zakenkrant FD, die het jaarverslag analyseerde, is de winst “een opvallende trendbreuk met de jaren ervoor, waarin de verkoper van keukens van Brugman en Grando en meubels van Piet Klerkx en Morres steevast tientallen miljoenen verlies rapporteerde.” “Opgeteld heeft DMG sinds 2008 meer dan 200 miljoen aan verliezen in de boeken gezet.”

 

Al wil dat niet zeggen dat de groep er slecht voor staat, voegt de journalist er meteen aan toe: “Eigenaar Ben Mandemakers heeft eerder gezegd dat de gerapporteerde cijfers niet goed weergeven hoe zijn bedrijf er voorstaat. Het concern zou dankzij andere bedrijven, vooral keukenfabrieken in Duitsland, altijd winst hebben gemaakt.” Alleen valt die uitspraak niet te controleren, want de “selfmade man, die op zijn 21ste in een schuurtje met keukens begon, heeft boven DMG een vennootschap gehangen die geen resultaten publiceert. Bij DMG is ook niemand beschikbaar voor een toelichting op de cijfers.”

 

Top in Nederland, (nog) niet in België

Operationeel verkocht de groep vooral in Nederland ‑ met ongeveer 325 winkels ‑ een pak meer keukens. Met dank aan een heroplevende huizenmarkt (“ruim 20% meer verkochte woningen dan in 2014”) en de aantrekkende conjunctuur. “Dankzij de verbeterde economie en een gezond consumentenvertrouwen groeide de totale omzet bij het familiebedrijf met 86 miljoen een stuk harder dan de kosten (49 miljoen euro)”, schrijft de krant.

 

Inclusief België bedraagt de gerapporteerde omzet 731 miljoen euro. “In België, waar Mandemakers nog steeds groeiplannen heeft, wilde het in 2016 nog niet lukken”, gaat de journalist voort De omzet daalde ‑ een bedrag wordt echter niet genoemd ‑ en de groep zoekt naar overnamemogelijkheden “omdat de groei op eigen kracht niet wil vlotten”.