Hema verliest hoofddoek-proces

Hema verliest hoofddoek-proces

Hema moet zijn voormalige kassabediende Joyce Van Op den Bosch zes maanden achterstallig loon betalen omdat ze onterecht ontslagen werd voor het dragen van een hoofddoek. Volgens de arbeidsrechtbank van Tongeren mocht de keten dat niet doen zonder duidelijk neutraliteitsbeleid.

Geen duidelijk neutraliteitsbeleid

Aanvankelijk was er trouwens niets aan de hand met Joyce, maar toen enkele klanten aanstoot namen aan het feit dat ze in de winkel in Genk bediend werden door iemand met een hoofddoek, diende de kassabediende zich aan te passen. Toen ze dat weigerde, vloog ze op straat.

 

De rechtbank volgt nu de werkneemster: Hema had geen duidelijk neutraliteitsbeleid en dus ook geen gegronde reden om haar op basis van een uiting van geloof te ontslaan. Joyce Van Op den Bosch, die sinds haar bekering tot moslima als Lemia door het leven gaat, krijgt nu alsnog zes maanden loon – goed voor zo'n 9000 euro - toegekend.

 

Intussen heeft Hema een formele neutraliteitsregeling uitgewerkt. Daarmee zou de werkneemster zich wellicht wel hebben moeten aanpassen, zei de rechter.

 

"Duidelijke discriminatie"

Het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding (CGKR) reageert tevreden: "De werkneemster mocht eerst twee maanden werken met een hoofddoek en nadien niet meer, omdat enkele klanten er problemen mee hadden. Dit is duidelijk discriminatie", liet Jozef De Witte optekenen.

 

Ook het uitzendbedrijf Randstad werd gedagvaard, maar de rechtbank sprak het uitzendkantoor vrij omdat de beslissing om niet langer te werken met Van Op den Bosch werd genomen door Hema.

Tags: