"Grensshoppers vernietigen 10.000 banen", zegt Comeos

"Grensshoppers vernietigen 10.000 banen", zegt Comeos

Een op de vier Belgische gezinnen steekt minstens één keer per jaar de grens over om inkopen te gaan doen in het buitenland, zegt handelsfederatie Comeos. Dat zou de Belgische economie jaarlijks 2,5 miljard euro kosten – geld waarmee volgens Comeos “hier 10.000 jobs gecreëerd zouden kunnen worden”.

10% meer buitenlandse inkopen in 3 jaar

Hoewel al vaker is bewezen dat in het buitenland gaan winkelen meestal niet goedkoper is (zeker niet als de verplaatsingskosten erbij geteld worden), toch blijken steeds meer mensen zich ertoe te laten verleiden. Ondertussen zou zo al 3,5% van het gemiddelde huishoudbudget in het buitenland gespendeerd worden.

 

Op zich is het een logisch fenomeen, vindt Dominique Michel, gedelegeerd bestuurder van Comeos, aangezien de meeste Belgen op hoogstens vijftig kilometer van een grens wonen: “je zit dus snel in het buitenland, ook om er eventueel goedkoper boodschappen te doen.” Een recente studie van GfK toont ook aan dat 'grensshoppen' een toenemend fenomeen is, dat de voorbije drie jaar met zowat 10% gegroeid is.

Te hoge lonen, te veel regels, te klein landje

Michel haalt drie redenen aan waarom detailhandelsprijzen in België soms hoger liggen dan in de buurlanden: loonkost, overdreven reglementering en kleinschaligheid. Als klein land kan je minder druk zetten op producenten, beweert hij, behalve als de huismerken voldoende sterk staan om hen tot goeie prijzen te dwingen.

 

Naast klassieker loonkost (“de handel als grootste werkgever draagt de grootste lasten”) krijgt ook de wetgever de schuld. “De OESO plaatst ons aan de absolute top van overgereglementeerde landen wat de handel betreft en wijst die reglementitis als een belangrijke oorzaak voor hogere consumptieprijzen aan”, zegt Michel. “We hebben sowieso al nadelen door de taalwetgeving: marketing moet dubbel gebeuren, de informatie op etiketten moet in drie talen beschikbaar zijn… De overheid moet dringend beseffen dat voor niets de zon opgaat.”

Dezelfde markt, dezelfde regels?

Comeos vindt dat in een eengemaakte markt alle bedrijven ook met dezelfde middelen moeten strijden: “Deze evolutie bewijst dat de handel in een sterke internationale concurrentie verwikkeld zit. Ofwel krijgen we betere troeven in handen om de concurrentie aan te gaan – lagere loonkost, minder reglementering en een transparante prijzenpolitiek van multinationale producenten – ofwel moeten we met lede ogen aanzien hoe buitenlandse groepen onze handelaars kapot maken.”

 

Voor alle duidelijkheid: het “grensshoppen” mag niet verward worden met “cityshopping”, oftewel de vele Nederlanders die een dagje gezellig komen shoppen in Antwerpen. Dit volstrekt ongerelateerde fenomeen werd dan ook niet in de cijfers opgenomen.

Een op de vier Belgische gezinnen steekt minstens één keer per jaar de grens over om inkopen te gaan doen in het buitenland, zegt handelsfederatie Comeos. Dat zou de Belgische economie jaarlijks 2,5 miljard euro kosten – geld waarmee volgens Comeos “hier 10.000 jobs gecreëerd zouden kunnen worden”.

10% meer buitenlandse inkopen in 3 jaar

Hoewel al vaker is bewezen dat in het buitenland gaan winkelen meestal niet goedkoper is (zeker niet als de verplaatsingskosten erbij geteld worden), toch blijken steeds meer mensen zich ertoe te laten verleiden. Ondertussen zou zo al 3,5% van het gemiddelde huishoudbudget in het buitenland gespendeerd worden.

 

Op zich is het een logisch fenomeen, vindt Dominique Michel, gedelegeerd bestuurder van Comeos, aangezien de meeste Belgen op hoogstens vijftig kilometer van een grens wonen: “je zit dus snel in het buitenland, ook om er eventueel goedkoper boodschappen te doen.” Een recente studie van GfK toont ook aan dat 'grensshoppen' een toenemend fenomeen is, dat de voorbije drie jaar met zowat 10% gegroeid is.

Te hoge lonen, te veel regels, te klein landje

Michel haalt drie redenen aan waarom detailhandelsprijzen in België soms hoger liggen dan in de buurlanden: loonkost, overdreven reglementering en kleinschaligheid. Als klein land kan je minder druk zetten op producenten, beweert hij, behalve als de huismerken voldoende sterk staan om hen tot goeie prijzen te dwingen.

 

Naast klassieker loonkost (“de handel als grootste werkgever draagt de grootste lasten”) krijgt ook de wetgever de schuld. “De OESO plaatst ons aan de absolute top van overgereglementeerde landen wat de handel betreft en wijst die reglementitis als een belangrijke oorzaak voor hogere consumptieprijzen aan”, zegt Michel. “We hebben sowieso al nadelen door de taalwetgeving: marketing moet dubbel gebeuren, de informatie op etiketten moet in drie talen beschikbaar zijn… De overheid moet dringend beseffen dat voor niets de zon opgaat.”

Dezelfde markt, dezelfde regels?

Comeos vindt dat in een eengemaakte markt alle bedrijven ook met dezelfde middelen moeten strijden: “Deze evolutie bewijst dat de handel in een sterke internationale concurrentie verwikkeld zit. Ofwel krijgen we betere troeven in handen om de concurrentie aan te gaan – lagere loonkost, minder reglementering en een transparante prijzenpolitiek van multinationale producenten – ofwel moeten we met lede ogen aanzien hoe buitenlandse groepen onze handelaars kapot maken.”

 

Voor alle duidelijkheid: het “grensshoppen” mag niet verward worden met “cityshopping”, oftewel de vele Nederlanders die een dagje gezellig komen shoppen in Antwerpen. Dit volstrekt ongerelateerde fenomeen werd dan ook niet in de cijfers opgenomen.

Tags: