België schrapt zijn plannen voor een eigen pakjestaks en volgt de Europese heffing van drie euro voor e-commercepakjes van buiten de Europese Unie. De federale regering vermijdt zo een dubbele belasting van in totaal vijf euro per zending.
Enkel Europees
De Europese ministers van Financiën bereikten in december een akkoord over een heffing van drie euro op pakjes met een waarde tot 150 euro die van buiten de Europese Unie komen. De maatregel viseert vooral goedkope pakjes uit China, besteld via platforms als Temu, AliExpress en Shein. De bedoeling is om de concurrentie van die rechtstreekse import, die veel Europese retailers als oneerlijk beschouwen, te counteren en ook meer douanecontroles mogelijk te maken. Zo hoopt de Unie onveilige of illegale producten beter tegen te houden.
Eind november had België echter al een eigen taks van twee euro aangekondigd. Ook Nederland en Frankrijk kondigden eenzelfde heffing aan. De Belgische pakjestaks moest volgend jaar al 140 miljoen euro opbrengen en in de jaren daarna tot 300 miljoen euro. Toch verdwijnt dat plan nu: het land sluit zich vanaf juli 2026 rechtstreeks aan bij de Europese heffing, zo bevestigt het kabinet van minister van Financiën Jan Jambon.
Tijdelijke taks
De Belgische regering hoopt dat de opbrengst van de Europese heffing deels naar de lidstaten vloeit, maar zekerheid daarover bestaat nog niet. De Europese pakjestaks geldt sowieso als een tijdelijke oplossing: vanaf 2028 wil de Europese Unie de invoervrijstelling voor pakjes tot 150 euro volledig afschaffen, zodat alle goederen vanaf de eerste euro aan douanerechten onderworpen worden.
In 2024 kwamen ongeveer 4,6 miljard pakjes met een waarde onder de 150 euro de Europese Unie binnen, goed voor gemiddeld twaalf miljoen per dag. Negentig procent kwam uit China. België speelt een centrale rol als logistieke draaischijf, met name via de luchthaven van Luik. Dagelijks arriveren daar naar schatting 3 miljoen Chinese pakjes.


