AB InBev neemt zijn Amerikaanse blikjesfabrieken weer volledig in eigen handen. De Leuvense bierreus verkocht de fabrieken (voor de helft) tijdens de coronacrisis, maar hoopte toen al die deal later terug te draaien.
Druk van de ketel
De terugkoop vloeit voort uit afspraken die de brouwerijreus in december 2020 maakte. In volle coronacrisis verkocht het bedrijf toen bijna de helft van zijn Amerikaanse blikjesfabrieken aan investeringsfonds Apollo, maar legde tegelijkertijd een terugkooprecht vast na vijf jaar. Dat moment is nu aangebroken. AB InBev betaalt Apollo 3 miljard dollar (zo’n 2,55 miljard euro) voor het minderheidsbelang van 49,9%.
AB InBev zocht eind 2020 dringend naar liquiditeit om zijn schuldenlast te verlichten. De brouwer torste toen een nettoschuld van 87 miljard dollar (74 miljard euro), vooral het gevolg van de grotendeels met leningen gefinancierde overname van SABMiller in 2015. Door de pandemie liep de schuldgraad nog op tot 4,9 keer de brutobedrijfswinst (ebitda), een niveau dat beleggers en analisten onrustig maakte.
Vijf jaar later oogt de balans een stuk gezonder. Eind juni 2025 bedroeg de nettoschuld nog 68 miljard dollar (58 miljard euro), goed voor 3,3 keer de ebitda. Hoewel topman Michel Doukeris de schuldratio wil zien zakken tot onder het dubbele van de brutobedrijfswinst, is de druk inmiddels van de ketel. Belangrijker is dat AB InBev nu weer volledige zeggenschap krijgt over een strategische schakel in zijn Amerikaanse productieketen.


