H&M gaat Bengaalse leveranciers meer controleren

H&M gaat Bengaalse leveranciers meer controleren

De Zweedse modeketen H&M wil meer controle krijgen over zijn toeleveranciers in Bangladesh en Cambodja, om een antwoord te bieden op aanklachten over uitbuiting van werknemers en onveilige arbeidsomstandigheden in de fabrieken waar ze het gros van haar kledij laat maken.

Toeleveranciers moeten internationaal arbeidsrecht respecteren

H&M zette daartoe een test op met twee fabrieken in Bangladesh en een in Cambodja, waarvan het de enige klant is. De drie productie-eenheden zullen zich moeten houden aan veilige werkomstandigheden en zich moeten verbinden om minstens een bepaald loon uit te betalen. Ook laat de constellatie toe om meer kwaliteitscontroles te doen.

 

"We zien dit als een testcentrum, waar we allerlei dingen kunnen uitproberen om ze vervolgens op een grotere schaal in de hele toeleveringsketting uit te rollen", liet duurzaamheidsmanager Anna Gedda optekenen.

 

Ook de andere belangrijke leveranciers van H&M moeten voortaan strikter in het gareel lopen. H&M legt hen een gedragscode op over de manier waarop ze met hun personeel en moeten omgaan. Ze verwijst daarin naar de Verklaring over de Fundamentele Principe en Rechten op Werk van de Internationale Arbeidsorganisatie. Die heeft het onder meer op recht op organisatie en collectief onderhandelen.

 

H&M verhuisde al in 1982 een deel van zijn productie naar Bangladesh, sinds 1998 kwam daar Cambodja bij. Globaal doet het concern twee derde van zijn aankopen in Azië. De rest gebeurt in Roemenië, Turkije en Italië.

Tags: