De Europese Commissie daagt Hongarije voor het Hof van Justitie van de Europese Unie omwille van nationale regels die de marges van retailers beperken voor bepaalde levensmiddelen en drogisterijartikelen.
In strijd met EU-dienstenrichtlijn
In maart vorig jaar voerde Hongarije margebeperkingen in op basisvoedingsproducten zoals melk, vlees, eieren, olie en suiker: retailers mogen op deze producten niet meer dan 10% winstmarge nemen. Daarna volgden vergelijkbare regels voor geselecteerde non-foodartikelen bij drogisterijen. Toenmalig premier Viktor Orbán wilde hiermee “ongerechtvaardigde prijsstijgingen” stoppen. Aanvankelijk ging het om tijdelijke maatregelen, maar in mei werden ze definitief in een wet opgenomen, ondanks herhaaldelijk aandringen van de Europese Commissie om ze in te trekken.
Daarom daagt de Commissie het land nu voor het Europese Hof van Justitie. Er komen twee afzonderlijke inbreukprocedures: één over voeding en één over drogisterijartikelen. De margebeperking treffen vooral niet-Hongaarse ondernemingen, argumenteert de EU, en de limiet is zo strikt dat retailers mogelijk gedwongen worden met verlies te verkopen. De maatregelen zijn bovendien in strijd met de EU-dienstenrichtlijn die bedoeld is om belemmeringen op de interne markt te voorkomen.
Hongarije is overigens niet het enige Europese land dat buitenlandse retailers prijsbeperkingen oplegt: ook Servië voerde vorige zomer een gelijkaardige maatregel in. Daar beperkt de overheid de winstmarges op 3000 producten tot 20%. Dat heeft een impact op de marges van de winkels van Ahold Delhaize in het land. De retailer is daarom een arbitrageprocedure gestart bij het International Centre for Settlement of Investment Disputes (ICSID), een afdeling van de Wereldbank.
België - NL
Nederland - NL
España - ES
France - FR
Europe - EN


