Bij Schoenen Torfs mag personeel ‘foert’ zeggen

#Foertdagske is een nieuwe nationale campagne van de keten van schoenenwinkels Torfs.

Medewerkers van schoenenketen Torfs mogen een dag per jaar ‘foert’ zeggen. Met die baaldag wil de retailer hen bedanken voor hun harde werk en hen een keer per jaar 'op de pauzeknop' laten duwen.

 

Antwoord op de baaldag

Schoenen Torfs introduceert een ‘FoertDagske’ voor zijn medewerkers: elk personeelslid mag een dag per jaar thuisblijven, zonder dan ziekteverlof of een vakantiedag te hoeven nemen. Het initiatief is een antwoord op de ‘baaldag’ in Nederland en dient om de bijna 700 werknemers te bedanken voor hun harde werk in het afgelopen voorjaar.

 

"Het zijn in de retail geen gemakkelijke tijden. We legden bij Torfs dit voorjaar extra de nadruk op productiviteit. Daarvoor willen we onze medewerkers nu bedanken met een #Foertdagske! In een samenleving met alsmaar meer ‘moetens’, kan het deugd doen een keertje ‘Foert!’ te zeggen", legt CEO Wouter Torfs uit.

 

Nationale reclamecampagne

Wanneer werknemers ‘foert’ zeggen, moet wel op voorhand worden afgesproken, "want het is niet de bedoeling dat ze pas een halfuur voor openingstijd laten weten dat ze niet zullen opdagen". De bedoeling is dat medewerkers tijdens die dag echt tijd voor zichzelf nemen om te ontspannen en te genieten, meent Torfs.

 

De schoenenretailer, die zich al jarenlang beste werkgever van België mag noemen en zich daar ook naar consumenten toe mee profileert, koppelt bovendien een nationale consumentencampagne aan het initiatief. De campagne #FoertDagske loopt via radio, online en de winkels van Torfs met de boodschap: "Zeg eens foert, en ga shoppen met korting!".

 

Korte afwezigheden stijgen weer

Zelfstandigensyndicaat NSZ reageert dat het ‘foertdagske’ een mooi initiatief als zo het stijgende absenteïsme kan dalen. Voorzitter Christine Mattheeuws merkt namelijk dat korte afwezigheden opnieuw toenemen: in 2018 is het ziektepercentage voor afwezigheden van minder dan een maand met 5% gestegen, de hoogste stijging in dertien jaar.

 

Een reden voor die afwezigheden kan een gebrek aan motivatie zijn, blijkt uit studies: Belgische werknemers zouden immers steeds minder werken omdat ze het zelf graag ‘willen’, maar steeds meer omdat ze het gevoel te ‘moeten’. Door de afwezigheden "met duidelijke afspraken" en "in onderlinge samenspraak" te reguleren, "kan deze vorm van flexibiliteit de continuïteit van de onderneming zeker ten goede komen". Misschien kan dit ook voor extra flexibiliteit van de werknemer zorgen, hint Mattheeuws: "Iemand die gemotiveerd is, zal sneller geneigd zijn om een extraatje te doen voor het team of een collega."