Labels Mango en Primark gevonden in ingestorte ateliers Bangladesh

Labels Mango en Primark gevonden in ingestorte ateliers Bangladesh

De dodentol na de instorting van het acht verdiepingen tellende Rana Plaza woensdag in Bangladesh is opgelopen tot minstens 152. Er is ook sprake van zeker duizend gewonden. In het gebouw waren meerdere confectieateliers actief. Woensdag moesten de arbeiders, ondanks melding van gekraak en scheuren de dag voordien, opnieuw aan het werk gaan, met deze noodlottige afloop.

Mango en Primark in het vizier

Lokale partners van de ngo Schone Kleren Campagne vonden in het puin labels van Mango en Primark. Volgens andere bronnen zou er ook voor het Italiaanse Benetton geproduceerd worden. Rana Plaza maakte tot november 2011 ook kleding voor C&A, maar die samenwerking werd onlangs stopgezet, zo meldt de keten zelf. Andere modemerken lieten snel weten dat er op het moment van de instorting niet voor hen werd geproduceerd.

 

Primark heeft intussen bevestigd dat één atelier voor haar werkte. In een reactie liet de Ierse keten weten te werken aan nieuwe richtlijnen voor de arbeidsomstandigheden in productielanden: "Na het drama in Bangladesh zal daarin ook de kwaliteit van de bouwconstructie als criterium worden opgenomen."

 

Er zouden meer dan 3.000 arbeiders binnen zijn geweest toen het gebouw, met vermoedelijk illegale extra verdiepingen, in elkaar stortte. De snelle expansie van de kledingindustrie in het Savar-gebied, net buiten Dhaka, is zorgelijk. Fabrieken worden op moerasland gebouwd en houden zich niet aan reguleringen, zo stelt de ngo nog.

 

"Winst belangrijker dan veiligheid"

"Het dramatische is dat dinsdag al gekraak in het gebouw was gehoord en dat er scheuren waren opgemerkt", zegt Jef Van Hecke, die voor de ngo Wereldsolidariteit woont en werkt in Dhaka, de hoofdstad van Bangladesh. "In het gebouw zijn vier textielbedrijven actief. Zij gaven hun mensen dinsdag een dag vrij. Een ingenieur had advies gevraagd, maar daar werd niet op gewacht. Woensdag zijn ze als vee opnieuw het gebouw ingedreven, met alle gevolgen vandien."

 

In Bangladesh worden de bouw- en veiligheidsvoorschriften nog altijd met de voeten getreden (zie ook grafiek). "Vaak krijgt men de toelating om een drie of vier verdiepingen tellend gebouw op te trekken, waar dan echter uit winstbejag nog enkele verdiepingen bovenop worden gebouwd. De winst is en blijft veel belangrijker dan de veiligheid van het werkvolk", aldus nog Jef Van Hecke. Duizenden arbeiders in de Bengaalse kledingindustrie, vooral vrouwen, zijn intussen de straat opgegaan om te betogen tegen de slechte arbeidsomstandigheden.

 

"Het is ongelooflijk dat de grote merken nog steeds weigeren om een bindende overeenkomst met vakbonden en arbeidsrechtenorganisaties te tekenen om de onveilige arbeidsomstandigheden te stoppen. Ramp na ramp toont aan dat monitoring van het bedrijfsleven schromelijk faalt," zegt Ben Vanpeperstraete, coördinator bij Schone Kleren Campagne.

 

In november vorig jaar vielen bij een brand in een textielfabriek in Dhaka ook al eens meer dan honderd doden. Bij die brand kwam kledingketen C&A zwaar in opspraak.

Tags: